Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering pensioenakkoord

Op 6 juli 2020 informeerde de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W. Koolmees de 2e Kamer over de uitwerking van het pensioenakkoord met daarin verdere informatie over de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Hieronder de integrale tekst over de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering:

7. Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen

In het pensioenakkoord is afgesproken dat er een wettelijke verzekeringsplicht
tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico voor zelfstandigen komt en dat het kabinet
sociale partners vraagt om hiervoor in overleg met vertegenwoordigers van
zelfstandigenorganisaties een uitvoerbaar en EMU-saldo neutraal voorstel uit te
werken dat betaalbaar en voor iedereen toegankelijk is. Het in het
pensioenakkoord geformuleerde doel van deze verzekeringsplicht is om naast de
bestaande werknemersverzekering ook andere werkenden te beschermen tegen
de gevolgen van arbeidsongeschiktheid en te borgen dat iedereen zich kan
verzekeren. Dit past in het bredere streven van het kabinet om toe te werken naar
een situatie waarin niet instituties en kosten bepalend zijn voor de vorm waarin
arbeid wordt aangeboden, maar de aard van het werk dat gedaan moet worden.
Met een verplichte verzekering wordt ook afwenteling van kosten en risico’s op de
samenleving verminderd. Het kabinet hecht hierbij aan de balans tussen het
tegengaan van schijnzelfstandigheid en zorgen dat echte zelfstandigen ruimte
hebben om gewoon hun werk te kunnen doen en hun ondernemerschap in te
vullen. Conform het pensioenakkoord is ook bezien of het in de rede ligt en
uitvoerbaar is om een uitzondering voor deze verplichting te laten gelden,
bijvoorbeeld als er sprake is van beter passende arrangementen, zoals
bijvoorbeeld in de agrarische sector gangbaar is.
In september 2019 heb ik de Stichting gevraagd om met een voorstel te komen
voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, naar aanleiding
van de afspraken in het pensioenakkoord. Op 3 maart jongstleden heeft de
Stichting mij haar voorstel “Keuze voor zekerheid” voor invulling van de wettelijke
verzekeringsplicht voor zelfstandigen tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico
overhandigd.
Ik ben de Stichting zeer erkentelijk voor het werk dat zij heeft geleverd. Ik
waardeer het zeer dat werkgevers en werknemers, met betrokkenheid van
organisaties van zelfstandigen, op dit complexe onderwerp overeenstemming
hebben bereikt. Het voorstel van de Stichting leidt ertoe dat, naast de bestaande
werknemersverzekering, ook andere werkenden worden beschermd tegen
langdurig inkomensverlies als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Met het voorstel
wordt geborgd dat zelfstandigen zonder personeel zich verzekeren en afwenteling
van kosten en risico’s op de samenleving wordt verminderd. Omdat de
kostenverschillen tussen werknemers en zelfstandigen zonder personeel worden
verkleind, wordt ook het speelveld op de arbeidsmarkt gelijker. Met het voorstel
van de Stichting wordt tegelijkertijd recht gedaan aan de grote diversiteit in de
populatie zelfstandigen. Deze combinatie van bescherming bieden aan wie dat
nodig heeft enerzijds en keuzevrijheid bieden waar dat het meest passend is
anderzijds, vormt een essentieel onderdeel van de afspraak in het
pensioenakkoord. De Stichting heeft in haar adviestraject ook meerdere malen
gesproken met zelfstandigenorganisaties. Door het inbouwen van meerdere
keuzemogelijkheden, wordt dit een verzekering die goed aansluit op de wensen
van vele verschillende groepen zelfstandigen. Het kabinet is daarmee voornemens
het advies van de Stichting over te nemen.
Als onderdeel van mijn beleidsvoorbereiding heb ik de (door de Stichting
aangewezen) beoogde uitvoerders, UWV en Belastingdienst, gevraagd om – na de
technische ondersteuning gedurende het adviestraject – een eerste indruk te
geven over de uitvoerbaarheid van het voorstel van de Stichting. Die reacties
stuur ik mee als bijlagen bij deze brief. Daaruit komt naar voren dat de uitvoering
van een publieke verzekering voor zelfstandigen, hoe die ook wordt ingericht,
altijd een uitdaging is. Het voorstel van de Stichting biedt keuzevrijheid binnen de
verplichting tot een verzekering, zoals de mogelijkheid om op een alternatieve
manier te voldoen aan de verzekeringsplicht of te kiezen voor een kortere of
langere eigenrisicoperiode. Die verschillende keuzes, logisch vanwege de
diversiteit van de doelgroep, leiden tot een stapeling van complexiteit voor de
uitvoering. Daarom verwacht de Belastingdienst niet dat zij de regeling goed kan
uitvoeren, maar de uitvoeringstoets moet nog plaatsvinden. De Stichting heeft
aangegeven het belangrijk te vinden dat deze verzekering zorgvuldig wordt
ingericht en dat er ruimte is om daar meer tijd voor te nemen als dat nodig blijkt.
In het advies van de Stichting wordt een mogelijkheid geboden om op alternatieve
manieren te voldoen aan de verzekeringsplicht. Het Centraal Planbureau (CPB)
geeft in zijn update van Kansrijk Socialezekerheidsbeleid aan dat nader onderzoek
nodig is naar een systeem waarbij publieke en private verzekeringen naast elkaar
bestaan. Dit vanwege het risico dat er averechtse selectie optreedt, waarbij de
goede risico’s geleidelijk verdwijnen naar de private markt, waardoor de publieke
premie geleidelijk steeds verder stijgt. Als dit risico zich voordoet, kan de
betaalbaarheid in het geding komen. De Stichting beschrijft in haar voorstel hoe
averechtse selectie kan worden voorkomen door het vooraf vaststellen van een
toetsingskader en de betaalbaarheid kan worden geborgd via premiestabilisatie.
Ik hecht veel waarde aan de signalen van de beoogde uitvoerders en het CPB.
Tegelijkertijd vind ik het van groot belang dat er een verzekering komt die een zo
breed mogelijk draagvlak kent en passend is bij de kaders die in het
pensioenakkoord zijn vastgelegd. Daarom zal ik de volgende stappen zetten: ik
werk de komende tijd het voorstel van de Stichting uit. Daarbij onderzoek ik de
nadere vormgeving van de verzekeringsplicht die de Stichting beschreven heeft.
Uitgangspunten daarbij zijn: een systematiek van verschillende
keuzemogelijkheden zoals die in het advies zijn beschreven, een grondslag voor
de lastendekkende premie en uitkering van 143% van het wettelijk minimumloon
(WML) en de afbakening van de kring van verzekerden. Voor onder meer de
vaststelling van het inkomen, de re-integratie en dienstverlening geeft de
Stichting concrete invulling die onlosmakelijk aan het voorstel verbonden zijn.
Samen met sociale partners, UWV, de Belastingdienst en het Verbond van
Verzekeraars, en met betrokkenheid van zelfstandigenorganisaties, zal de
komende tijd uitgewerkt worden hoe het voorstel van de Stichting voor een
verzekeringsplicht op een uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare wijze kan worden
ingericht.
Ik streef ernaar om voor het einde van dit jaar een hoofdlijnenbrief naar uw
Kamer te sturen, waarin ik tevens in ga op de uitkomst van het onderzoek naar de
uitvoerbaarheid van elementen van het Stichtingsvoorstel en hoe de verwachte
problematiek in de uitvoerbaarheid opgelost gaat worden. Na de hoofdlijnenbrief
streef ik ernaar dat een uitgewerkt voorstel begin 2021 in consultatie kan gaan.

  • Avero Achmea
  • Klaverblad
  • Amersfoortse
  • Lancyr
  • UWV
  • Reaal
  • De Zeeuwse
  • AEGON
  • Van Kampen Groep
  • Movir
  • Allianz
  • TAF
  • Goudse